Biologisch perspectief Sociale transitie

Schaamte

Patrice van de Vorst 7 september 2017

In haar boek ‘Emotieregulatie als basis van het menselijk bestaan’ bespreekt Nelleke Nicolai de emotie Schaamte. Dit is een sociale emotie met maatschappelijke ‘affect’. Schaamte zegt iets over de relatie tussen ik en de anderen; de sociale omgeving en de maatschappij. Emoties genereren ‘emotional affect’. Schaamte is volgens Nicolai een van de meest verwoestende emoties; zij leidt tot een gevoel van minderwaardigheid. Schaamtevolle mensen voelen zich vies, stom en niet de moeite waard, en dat leidt tot minder contact met anderen. Schaamte leidt tot vermijding, ontkenning en (zelf)loochening. Gevoelens die in het huidige discours onwenselijk zijn en haaks staan op wat van burgers wordt verwacht als autonoom handelende zelfredzame mensen.

Neveneffect van schaamte is dat het emotioneel besmettelijk is; we herkennen allemaal plaatsvervangende schaamte als een ander iets stoms doet.

Schaamte is in onze maatschappelijke omgeving ongelijk verdeeld. Er is sprake van continue beeldvorming waarbij succesvolle mensen met de juiste opinies en het goede netwerk als rolmodellen fungeren voor anderen. Mensen die aan dit rolmodel voldoen presenteren of gedragen zich niet zelden publiekelijk schaamteloos. Hetgeen niet wil zeggen dat ze geen schaamte voelen of hebben. Hun schaamte gaat schuil achter publiekelijk succes en openbare profielen, of beperkt zich tot private ruimten zoals de werkvloer of een vergadering of een vereniging.

In dit blog gaat de aandacht uit naar mensen die zich schamen in de publieke ruimte. Zich schamen in de maatschappelijke ruimte heeft een grote impact op de persoonlijke leefwereld van burgers. Naar de voedselbank of de kledingbank gaan en daarbij schaamte moeten overwinnen is een emotionele tour de force. Jezelf presenteren als werkzoekende op LinkedIn roept schaamte op. De machteloosheid die gepaard gaat met solliciteren ondanks leeftijd, gender, religie of huidskleur, wordt niet zelden ervaren als een publieke vernedering jegens onbekenden, en kan de reeds gevoelde schaamte vergroten.

In een ogenschijnlijk schaamteloze maatschappij waarin het eigenbelang voorop staat, men kan uitkramen wat het hart ingeeft, publieke profielen worden opgepimpt, succes aan zichzelf wordt toegerekend, werpt schaamte de schaamtevollen terug op zichzelf.

Wanneer schaamte via maatschappelijk ‘affect’ gerelateerd wordt aan eerlijk delen, nastreven van rechtvaardigheid en hulpvaardigheid, een ander ‘iets gunnen’ en aan zorg voor elkaar, dan is sprake van een onevenredige verdelingen van de last van schaamte. Mensen die zich schamen zijn minder goed in staat om zich op de geijkte wijze te presenteren, autonoom te handelen of ‘zichzelf te verkopen’.

Aanvaarden van de wisselwerking tussen individuele schaamte en maatschappelijk ‘affect’ is relevant. Het verdient aanbeveling om de wisselwerking tussen schaamte en de beeldvorming van succes te herkennen, te onderkennen en te onderzoeken. Wellicht levert dat zelfs maatschappelijke kostenbesparingen op in de (geestelijke) gezondheidszorg, in de reintegratie en bij armoede en schulden vraagstukken.

armoede emotieregulatie Nelleke Nicolai publieke beoordeling publieke ruimte schaamte schuld sociale emoties werkloosheid