Biologisch perspectief Sociale transitie

Sociale emoties

Patrice van de Vorst 7 september 2017

Met betrekking tot werkloosheid en armoede wordt het huidig discours gedomineerd door twee, haaks op elkaar staande, aannames. De eerste is dat burgers maar niet kunnen wennen aan het feit dat de Sociale Verzorgingsstaat nauwelijks nog betaalbaar is. Burgers moeten binnen deze aanname meer zelf doen; zelfredzaam worden.

De tweede aanname is dat met name werkzoekenden ‘gewoon’ aan het werk moeten, zodat zij via deze route financieel onafhankelijk kunnen en zullen zijn. Ergo; financieel zelfredzaam zijn.

Wie niet sociaal zelfredzaam is of geen werk kan vinden wordt met zichzelf geconfronteerd, én met vele sociale emoties. Sociale emoties kenmerken de mens en daarmee onderscheiden wij ons van andere sociale dieren.

Belangrijke sociale emoties die het heersende vertoog oproept zijn jaloezie en verbittering. Deze sociale emoties hebben een sterk negatieve connotatie die liever collectief weggedrukt wordt. Calvinisten houden niet van verbitterde, teleurgestelde en jaloerse mensen. Vanuit het oogpunt van sociale onvrede echter moeten dergelijke sociale emoties juist uitgebreid besproken worden. Zij zijn in het emotionele discours aan te wijzen als kritische factor naar oplossingen voor de kloof tussen systeemwereld en individuele leefwerelden. 

Waarom zijn burgers verbitterd?

Werkloze en arme burgers zijn niet per definitie jaloers op anderen vanwege geld. Verbittering en jaloezie betreft veel vaker het gebrek aan concrete en praktische kansen. Er is inmiddels een groter wordende groep die geen of nauwelijks kansen krijgt. Iedereen begrijpt dat de arbeidsmarkt -het woord zegt het al- een kwestie is van vraag en aanbod. Wanneer op voorhand trefkansen afnemen vanwege kenmerken waarop de werkloze geen invloed heeft, zoals leeftijd, andere religie of huidskleur, vrouw of man zijn, dan ontstaat moedeloosheid. Welke pijl ook op het dartbord van de arbeidsmarkt geworpen wordt; de kans op bull’s eye blijft nihil tot nul.

Moedeloosheid (een individuele emotie) kan snel omslaan in verbittering; een sociale emotie. Het denkraam van de moedeloze slaat om naar ik tegen de wereld. Met als negatieve bij-effecten lethargie, eenzaamheid, sociale apathie en woede en angst, stress en psychische klachten.

Wanneer diezelfde wereld de schuld voor armoede en werkloosheid -onterecht- verlegt naar de werkloze/arme zelf, dan versterkt dit de verbittering. Dit klemt temeer indien publieke teksten uit vele monden niet nalaten te onderschrijven dat deze arme of werkloze burger beter zijn best moet doen en zijn persoonlijke situatie aan zichzelf heeft te wijten. 

Het mandaat van gekozen politici dient om individu overstijgende problemen op sociaal en maatschappelijke niveau aan te pakken en op te lossen. Het draagvlak onder dit mandaat kan verhoogd worden door voor de bovengenoemde groep kansen te creëren. Door hen te faciliteren naar (financiële) zelfredzaamheid met extra inzet op een neurodiverse, en informatiediverse arbeidsmarkt.

Het heersend beeld van DE werkloze en/of DE arme is allang niet meer verdedigbaar als zouden dit laagopgeleide en ongeschoolde arbeiders zijn. Want inmiddels is een keur aan hoogopgeleide deskundige burgers voor de arbeidsmarkt en voor autonomie en zelfredzaamheid afgeschreven. Mensen willen kansen krijgen om die te kunnen grijpen. Dáár moet de overheid en de politiek op inhaken.

armoede financieel onafhankelijk jaloezie sociale emoties verbittering werkloosheid zelfredzaamheid